Kiezen op je zeventiende

Doet u het werk waarvoor u bent opgeleid? Waarschijnlijk niet. Eigenlijk niet zo vreemd. In Nederland moet je rond je zeventiende weten wat je later wil worden – een onmogelijkheid, dat kan ik uit eigen ervaring vertellen.

Net als elke jongen wilde ik als klein kind piloot of politieagent worden. Die laatste gedachte bleef ik trouwens lang trouw: na de middelbare school vroeg ik informatie aan bij de politieacademie, maar al bij het lezen van de folder zag ik in dat ik bij de sporttesten hopeloos door de mand zou vallen. Een echte De Jong is een Houten Klaas.

Daarna meende ik dat ik een artiest was. Dus toog ik met een vriend naar de Toneelacademie om de selectieprocedure te doorlopen. Maar toen ik stond te wankelen op witte balletschoentjes, wist ik dat ook deze roeping niet voor mij in de wieg was gelegd. Ik ben tijdens die danse macabre inderdaad gevallen, tijdens een manmoedige poging een pirouette uit te voeren. De selectiecommissie stelde in niet mis te verstane woorden vast dat ik volkomen ongeschikt was voor het artiestenbestaan.

Uiteindelijk besloot ik dat leraar Nederlands mij op het lijf was geschreven. Maar al in het begin van mijn opleiding stelde ik vast dat de meisjes van Maatschappijleer leuker waren. Meteen veranderd van studie. Maatschappijleer geven, ja, dat was het!

En nu? Ben ik inderdaad die leraar geworden? Ja, ik heb even voor de klas gestaan, maar toen rolde ik door het toeval in het communicatievak. En nu schrijf ik deze column.

Kiezen op je zeventiende, allemachtig, ik weet nog steeds niet wat ik wil.

 

15 april 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *