Blues is inktzwart lijden

De afgelopen dagen was Delft ondergedompeld in blues. In allerlei cafés hoorde ik goede bands, lekkere gitaarsolo’s en lekkere rauwe stemmen. Hier en daar hoorde ik zelfs prachtige folksongs. Maar het was wel vreemd dat alle artiesten tijdens het bluesfestival wit waren, hoorde ik een bezoeker zeggen. Blues is de muziek van Buddy Guy, zei hij tegen mij, van John Lee Hooker en Lightnin’ Hopkins. En van B.B. King, dacht ik erbij, en Albert King en Muddy Waters. Toch vond ik het ontbreken van dergelijke diepe donkere mannenstemmen eigenlijk wel te overkomen. Problematischer vond ik het gemis van werkelijke treurnis. De nummers die ik hoorde, gingen inderdaad over verloren liefdes en eenzaamheid, maar ze waren niet tot het diepst van de ziel doorleefd. I’m feeling lonely, zong een man met een bos weelderig zwart haar, maar hij keek er verder tamelijk gelukkig bij. Hij zwaaide zelfs even naar zijn kinderen en zijn veel jongere vrouw.

Dat geluk is geen blues. Ik wil diepe ellende horen en een smekende blik die tevergeefs vraagt om genade. Blues is intens lijden. Een hardnekkige verslaving aan alcohol, heroïne of cocaïne. Je wil er vanaf, maar de loop van het leven dwingt je jezelf te verdoven om alle tegenslag nog enigszins te kunnen verdragen. Blues is het leven van gitarist Townes van Zandt eigenlijk, een man die verslaafd was aan alcohol en heroïne en ook nog eens behept was met een bipolaire stoornis. De shocktherapie met insuline die hij voor zijn psychiatrische klachten kreeg, verminderden zijn depressies niet. Wel was hij zijn langetermijngeheugen voor de rest van zijn leven kwijt. Het was die ellende die hij in zijn inktzwarte nummers bezong, recht uit het hart – doorleefd.

En dat was wat ik miste tijdens het bluesfestival. Wel zag ik een gitarist die tijdens een optreden sinas dronk en zong over een gelukkige liefde. Een bluesgitarist drinkt geen sinas. En hij zingt zeker niet over een gelukkige liefde. Treuren moet hij, en mij daarbij de put in zingen, zodat ik moet zwelgen in liters zware drank om de avond door te komen. Zijn handen moeten trillen, zijn haar moet grijs en dun zijn en zijn nagels omringd door rouwranden. Waiting around to die, zong Townes van Zandt ooit. Uiteindelijk ging zijn lichaam helemaal kapot. Dát is blues.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Columns

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *