Schoolstrijd begon in 1834

Vaak wordt gezegd dat de schoolstrijd begon aan het einde van de negentiende eeuw. Een vergissing. Al in 1834 begon de strijd voor gelijkstelling voor het bijzonder onderwijs. De eerste gereformeerde school werd in november 1834 in Smilde geopend. Ook dit beschrijf ik in mijn roman. Helaas was de school geen lang leven beschoren. Slechts vier dagen!

27503933_2118682698148590_1820412708843294117_o-1

 

Geen luxe lokalen. Of mooi lesmateriaal. De school bevond zich in een schuur, tussen een varkenshok een stal met een kalf, turf, plaggen en stro. De kinderen leerden aan twee tafels en acht banken lezen en spellen uit het #A.B.C.-boekje. De afbeelding van de Griekse filosoof Xenophon stond bij de letter X, een man wiens denken werd geleid door moraal, patriottisme en religie. De oudere kinderen hadden ‘De Goddelijke Waarheden’ van Hellenbroek voor zich liggen. In koor reciteerden ze de antwoorden op de vragen die de schoolmeester uit het catechisatieboekje voorlas.

schoolboekje-1834‘Is de Bijbel licht of donker?’
‘Licht, meester. Licht, in de dingen die voor de zaligheid nodig zijn.’
‘En welke psalm hoort daarbij?’
‘Psalm 119. Uw woord is als een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.’
‘Is er van de Heilige Schrift niets verloren of vervalst?’
‘Nee, zij is nog net zo heel en zuiver als zij ooit is geweest.’

Reciteren. Nadenken was van minder belang.

Na vier dagen gesloten

De school werd al na vier dagen gesloten. Te ongezond vond de overheid. En illegaal. Openbaar onderwijs was bovendien de norm. De overheid moest niets hebben van scholen op gereformeerde grondslag. Daarover zei de Provinciaal schoolopziener Hofstede de Groot, ook hoogleraar in Groningen, het volgende:

‘We hebben niet voor niets openbaar onderwijs. Het is de enige plek waar kinderen van verschillende gezindten met elkaar omgaan. Daar leren ze elkaar kennen en respecteren als mensen. Zo kan het onderwijs bijdragen aan eensgezindheid en verdraagzaamheid. Door de gereformeerde scholen zal die tolerantie in een oogwenk verdwijnen. De zachtaardigheid van dit land zal ten prooi vallen aan godsdiensthaat.’

Ook deze schoolstrijd verwerk in mijn roman over de afscheiding. Verschijnt oktober bij Uitgeverij Passage.

 

Brief aan Koning Willem I

Eind 1833 schreef dominee Hendrik de Cock een brief aan Koning Willem I. Zijn doel: godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Uiteindelijk werden Thorbecke en Koning Willem II beïnvloed door het doorzettingsvermogen van De Cock. Vrijheid van meningsuiting en godsdienst staat nu in de grondwet. Hoewel? Mag je eigenlijk wel alles zeggen? Hieronder de brief die De Cock aan Koning Willem I schreef. Uiteraard iets aangepast aan het taalgebruik van nu. Een bizarre brief. Met een toon die nu echt niet zou kunnen…

Sire!

Reeds is sprake van onderdrukking en vervolging van de Gereformeerde Kerk en de leer waar uw voorvaderen voor hebben gestreden. Alle gelovigen hebben hun ogen op God en U gericht, om de wet te handhaven en de ware leer en volgelingen van Jezus te behoeden tegen alle onrecht en overlast.

18491425_1760390803977783_2882054542543498555_oDe smaad en verguizingen zijn begonnen nadat ik de Dordtse Artikelen heb uitgegeven met als doel het beschermen van de leer die uw voorouders met hun goed en bloed hebben gekocht. Deze laster steeg ten top nadat Brouwer en Reddingius in hun boeken op de schandelijkste wijze Gods ware kerk en gemeente aanvielen. Ik heb de valse leer van beide heren ontrafeld in mijn ‘Verdediging van het ware gereformeerde geloof’. De wereldse overheid heeft mij om dit boek op listige wijze aangevallen. Vier commiezen hebben mij beschuldigd dat ik deze boeken onwettig heb uitgegeven en proces-verbaal opgemaakt, lachend om mijn waarschuwing dat ik Uwe Majesteit zou informeren over hun onredelijk gedrag. Maar Sire! Wat moet er worden van de goede burgers en de arme gemeente van de Heer als U zulke zoekers van het onrecht niet berecht? God, die een Heer der Heeren is en een Koning der Koningen, zal die onrechtvaardigheid zeker wreken.

De twee voornaamste aanstichters van de onrechtmatige behandeling die mij ten deel is gevallen, zijn twee Rooms-Katholieke commiezen uit Hornhuizen – mannen die zelf de wet overtreden! Een van die roomse commiezen houdt zich bezig met boekbinden zonder daar vooraf patent te hebben aangevraagd. De ander heeft een meid voor wie hij geen belasting betaalt. De twee commiezen uit Zoutkamp en de inspecteur uit Leens zetten hun beschuldigingen door, ook al maakte ik duidelijk dat ze niet waren aangesteld om Gods gemeente te onderdrukken, te plagen en te kwellen. Uwe Majesteit, bescherm mij en mijn volgelingen tegen deze onredelijke handelswijze en verderfelijke mensen!

Vanuit de kerk ben ik nog onbarmhartiger aangevallen. Tegen alle recht en reden ben ik zonder verhoor veroordeeld tot een schorsing van drie maanden. Ondanks mijn protest is het vonnis onmiddellijk uitgevoerd. De Heere Jezus mocht zich in de zaal van Cajafas verweren, Paulus mocht zich nog verdedigen voor Festus en Agrippa, Luther werd toegelaten in Worms om voor zijn zaak te pleiten, maar deze mogelijkheid is mij geweigerd. Ik ontving het vonnis ’s avonds per post. De brief waarin ik protest aantekende is door een diaken op zaterdag naar Onderdendam gebracht, met gevaar voor eigen leven, omdat de wegen hier en daar overstroomd waren. Helaas was dit protest vruchteloos. De schorsing bleef gehandhaafd.

Als de leden van mijn gemeente dezelfde geest hadden als deze gewelddadige vervolgers en hun aanhang, was hier zeker opstand uitgebroken. Maar het is rustig gebleven dankzij de Goddelijke genade, die zijn volk lijdzaamheid gegeven heeft en de redelijkheid om via Uwe Majesteit bescherming te zoeken. Deze gemeente, die bloeit door de ijver die God mij de afgelopen vier jaar gegeven heeft, roept Uwe Majesteit hulp en vertroosting in.

De kudde van de Heer wordt hier uit elkaar gerukt. De leden van onze gemeente laten tranen over die verbreking van Sion. Sire! In het barbaarse vonnis van de kerk en de gepubliceerde beledigingen aan ons adres, kunt u zien dat onze enige misdaad is dat we het ware geloof trouw zijn. Uwe Majesteit ziet dus zonneklaar dat de hevigste en meest bittere vijanden van God mij niets ten laste kunnen leggen. Ik handhaaf en verdedig niets anders dan de leer van onze vaderen, door goed en bloed gekocht, tegen alle vijanden, hoog en laag, geleerd en ongeleerd. Daarbij handel ik altijd naar het woord van God: “strijdt voor het geloof, eenmaal den heilige overgeleverd”.

De gelovigen wensen niets anders dan onze ware gereformeerde leer, waarin we alleen God tot op het hoogste verheerlijken en mensen tot op het diepste vernederen. Daartoe Sire! roept ook het vergoten bloed van uw voorvaderen op, vooral van Willem van Oranje.

Namens alle arme en door de wereld verachte en onderdrukte gelovigen roep ik daarom Uw bescherming in. Wij vragen niets anders dan de vrijheid van geweten en recht tegen alle onrechtmatige onderdrukkers van de ware kerk. Degenen die varen naar Gods woord zullen de vrede van Jeruzalem bereiken, zoals psalm 122 beschrijft. Maar zij zullen beschaamd worden als zij tegen Hem in opstand komen.

Deze ootmoedige en dringende bede van de kerkenraad van de verdrukte gemeente van Ulrum schrijf ik in naam van vele gelovigen.

H. De Cock